We zien steeds vaker in leveringen en projecten: bomen als onderdeel van een gebouw. Meestal staan ze in een binnentuin, patio of overdekte buitenruimte, en dus grotendeels buiten. Het gebouw is om de boom heen ontworpen en de stam steekt door een dak, overstek of terrasdek. Soms wordt er rond een bestaande volwassen boom gebouwd. In andere gevallen gaat de grote boom eerst de grond in en volgt het gebouw daarna.

Achter die vraag zit een duidelijke ontwikkeling. Steden verdichten, en ontwerpers willen volwassen groen binnen de contouren van een gebouw opnemen, als onderdeel van hoe een plek gebruikt wordt. Een binnentuin met een echte boom maakt van een gesloten gebouw een plek waar mensen graag zijn. Dat vraagt om een boom die vanaf dag één volwassen oogt, en dus om een grote plantmaat bij aanplant.

De architectuur en de bijbehorende renders voor deze ontwikkelingen ogen vaak groots en groen. Op zo'n render staat de boom altijd volgroeid, en dat contrast tussen het gebouw en het groen ernaast is precies waarom er om een grote plantmaat wordt gevraagd.

Dat verschil tussen binnen en buiten bepaalt bijna alles wat daarna volgt. Een boom die grotendeels buiten staat, groeit onder normale buitenomstandigheden. In een afgesloten, verwarmde ruimte gelden heel andere voorwaarden. Hieronder de punten die in de ontwerpfase doorslaggevend zijn.